DBFM-contract en geïntegreerde contracten
Een DBFM-contract laat een private partij ontwerpen, financieren en onderhouden tegen een beschikbaarheidsvergoeding. Voorwaarden, opzet en de rol van het mkb.
Bijgewerkt op 5 september 2026
Een DBFM-contract, van Design, Build, Finance and Maintain, is een geïntegreerde overheidsopdracht waarbij een aanbestedende dienst het ontwerp, de bouw of verbouwing, de financiering en het onderhoud van een object bij één private partij belegt. De opdrachtgever betaalt gedurende de looptijd een beschikbaarheidsvergoeding. Wordt ook de exploitatie meegenomen, dan spreekt men van DBFMO. Het is de Nederlandse variant van wat elders publiek-private samenwerking of PPS heet.
Hoe het werkt
Het DBFM-contract is een overheidsopdracht in de zin van de Aanbestedingswet 2012 en volgt dus de gewone Europese procedures; de concurrentiegerichte dialoog is daarbij het meest gebruikt, gezien de complexiteit van de constructie. Het Rijk heeft het instrument gestandaardiseerd: het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat werken met modelcontracten, en voor rijksprojecten boven bepaalde drempels wordt met een publiek-private comparator onderzocht of deze opzet meerwaarde biedt boven een klassieke aanbesteding. Ook provincies, gemeenten en onderwijsinstellingen passen de vorm toe, doorgaans in afgeslankte vorm.
De opdrachtnemer is meestal een projectvennootschap die door een bouwconcern, investeerders en banken is opgericht. Zij draagt de investering en wordt vanaf de oplevering betaald met een periodieke vergoeding, die wordt gekort wanneer het object niet beschikbaar of niet op niveau is. Anders dan bij een concessie draagt de partner niet het vraagrisico: hij wordt betaald door de publieke opdrachtgever, onder aftrek van kortingen bij tekortkomingen. Voor het ontwerp- en uitvoeringsdeel gelden in de regel de UAV-GC. In België bestaat een vergelijkbare praktijk onder de DBFM-formule van de Vlaamse overheid.
Wat dit betekent voor een bedrijf
DBFM-contracten betreffen grote objecten: snelwegen, sluizen, tunnels, rechtbanken, gevangenissen, ministeries, scholenclusters en datacenters. Het mkb is er nooit rechtstreeks opdrachtnemer van, maar aanbestedende diensten sturen wel op de betrokkenheid van kleinere bedrijven en op social return, en beoordelen inschrijvers op wat zij daarover toezeggen.
Voor een bouw- of onderhoudsbedrijf loopt de toegang dus via onderaanneming bij de opdrachtnemer of via deelname aan een combinatie. Volg de aankondigingen van dit soort contracten in uw regio en benader de vermoedelijke gegadigden vroeg: de afspraken over de inschakeling van lokale bedrijven worden gemaakt vóór het indienen van de inschrijvingen, niet erna.
Voorbeeld
Een provincie laat vier schoolgebouwen realiseren met een DBFM-contract van vijfentwintig jaar, geraamd op 180.000.000 euro exclusief btw, na een concurrentiegerichte dialoog. De opdrachtnemer zegt toe een aanzienlijk deel van bouw en onderhoud bij regionale bedrijven te beleggen. Een installatiebedrijf voor verwarming en ventilatie met vijfendertig medewerkers krijgt zo het onderhoud van de installaties van twee gebouwen voor de volledige looptijd.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil met een concessie?
Bij DBFM betaalt de opdrachtgever een beschikbaarheidsvergoeding en draagt de partner geen vraagrisico. Bij een concessie verdient de onderneming aan de exploitatie en draagt zij het exploitatierisico.
Waarom kiezen opdrachtgevers hiervoor?
Om de financiering te spreiden, ontwerp-, bouw- en onderhoudsrisico's over te dragen en gedurende de hele levensduur één aanspreekpunt te hebben.
Kan een mkb-bedrijf opdrachtnemer zijn?
In theorie wel, in de praktijk vrijwel nooit, gezien de bedragen en de te organiseren financiering. De plaats van het mkb is in onderaanneming en in combinaties.